dinsdag, december 12, 2017

Scharrelkinderen lijden niet aan NTS

Er waart een nieuwe aandoening door het land: het natuurtekortsyndroom (NTS).
Uit het Limburgs Dagblad van woensdag 3 oktober 2007
 (auteur: Guus Urlings)

Gebrek aan contact met de natuur maakt ons en de generaties na ons fysiek en psychisch minder weerbaar, heet het. Zijn scharrelkinderen inderdaad gezonder?

Laat het maar aan schrijver/bioloog Midas Dekkers over om het probleem met één rake vergelijking neer te zetten. Moderne kinderen worden gefokt als kippen, schreef hij in een van zijn columns. „In enorme schoolgebouwen sudderen ze op constante  temperatuur. Voederautomaten staan op elke gang. Het batterijkind groeit als kool.” Zoals ook vleeskuikens zo snel mogelijk vetgemest worden. Maar wat in de bio-industrie gewenst is, is in de mensenmaatschappij een serieus gezondheidsprobleem. Een remedie heeft Dekkers ook bij de hand: batterijkinderen moeten weer scharrelkinderen worden, opgroeien „in een natuurlijke omgeving die voldoende prikkels biedt voor een actief en gezond(er) bestaan”.

Scharrelkinderen
Tussenspel 1
Vijftig jaar geleden al weer. Wisten wij als kind veel wat natuur was… We waren voor en na schooltijd altijd buiten in de weer, hutten bouwen in het bos, sprinkhanen vangen op de hei, appels jatten in de boomgaarden, bramen plukken langs de wegkant. Geschaafde knieën, geschramde armen, geblutste koppen. Dat was onze wereld. Onze natuur. Zo noemden we het niet. Wat overal is, heeft geen naam nodig. Waren we gelukkig? Meestal wel. Gezond? Meestal wel. Herinneringen zijn natuurlijk altijd gekleurd. Maar ze missen veel, die kinderen van tegenwoordig. Alleen wéten ze het niet.

 

Het natuurtekortsyndroom (NTS). Recent overgewaaid uit Amerika. Vrij vertaald: de kinderen van vandaag gaan lichamelijk en geestelijk gebukt onder een nijpend  tekort aan contact met de natuur. Of, omgedraaid: meer contact met de natuur is essentieel voor een gezonde ontwikkeling van kinderen. ‘Natuurervaringen’ zorgen ervoor dat kinderen zich beter kunnen concentreren, creatiever, actiever en weerbaarder zijn, minder snel dik worden, zich minder snel depressief voelen, kortom, lichamelijk en geestelijk in een betere conditie zijn. Dus: natuur moet, elke dag!
Het natuurtekortsyndroom. De term is vooral bekend geworden door het werk van de Amerikaanse journalist/futurist Richard Louv. Van zijn boek Last Child in the Wood (Het laatste kind in het bos) verscheen een maand geleden de Nederlandse vertaling. Minister Gerda Verburg van Landbouw en Natuurbeheer - het ministerie betaalde mee aan de vertaling - liet bij alle kabinetsleden een exemplaar bezorgen. Waarmee het natuurtekortsyndroom officieel de status van ‘probleem’ heeft gekregen.
Is NTS een ziekte? Of de wedergeboorte van het romantische idee ‘terug naar de natuur, want daar word je een beter mens van’? Medisch gezien is nog niet waterdicht bewezen dat kinderen gezonder worden van meer contact met de natuur, laat staan dat contact met de natuur allerlei lichamelijk en geestelijk ongemak zou voorkomen. Maar er zijn wel allerlei deelonderzoeken gedaan. Onderzoeken die aantonen dat patiënten in een ziekenhuis sneller genezen als ze vanuit hun kamer een uitzicht op een groene omgeving hebben of dat kinderen met ADHD bij regelmatige activiteiten in de natuur veel minder problemen hebben. Onderzoeken over de weldadige effecten van contact met dieren. Allemaal signalen in dezelfde richting: natuur is goed voor kinderen, buitenspelen is goed voor kinderen, frisse lucht is goed voor kinderen.
„En daar gaat het om”, zegt regiodirecteur Ben Huisman van het Instituut voor Natuurbeschermingseducatie (IVN) Nederland. „Diep van binnen wéten we dat natuur goed is voor de mens. Dat is misschien een ander ‘weten’ dan wetenschappelijk ‘weten’, maar daarom nog niet minder belangrijk. Er zijn inmiddels zóveel signalen dat een tekort aan natuur problemen kan veroorzaken, dat wij meer dan voldoende aanleiding zien om te zeggen: het wordt hoog tijd dat we het ánders gaan doen, dat we andere keuzes gaan maken.”

Tussenspel 2
Ik was een scharrelkind. Zoals vroeger alle kinderen scharrelkinderen waren. Op de stadse bleekneusjes na, dan. Die wandelden wel eens door het dorp, de neus ophalend voor de geur van degelijke koeienpoep. En nu? Op de hei en in het bos zie je nauwelijks nog spelende kinderen. Zeker, de wereld is drukker, ook minder onschuldig dan vroeger. Maar toch… Er zijn in dit land kinderen die nog nooit een koe in levende lijve hebben gezien of geroken. Om van hazelworm, meikever en buizerd maar te zwijgen.

De Nationale Uitdaging. Zo heet de campagne waarmee de gezamenlijke Nederlandse natuur- en milieuverenigingen het tij willen keren, kinderen uit hun legbatterijen van asfalt en beton willen lokken om er weer scharrelkinderen van te maken. Door woongebieden natuurlijker in te richten, door natuur- en milieuonderwijs prominenter op de lesroosters te zetten, door natuurterreinen zodanig in te richten dat spelen er weer spannend, leuk én veilig wordt. In de afgelopen dertig jaar is de fysieke ruimte  waarin kinderen zich bewegen afgenomen van gemiddeld zes vierkante kilometer tot enkele honderden vierkante meters. Dat is een koninkrijk voor een scharrelkip, maar een schaamlapje voor een scharrelkind.

Richard Louv - Het laatste kind in het bos;  hoe we onze kinderen weer in contact brengen met de natuur. Uitgeverij Jan van Arkel, Utrecht. ISBN 9789062244683. Prijs 19,95 euro. Voor verdere informatie: www.nationaleuitdaging.nl en www.hetlaatstekindinhetbos.nl.